Skip to content
Vraag een demo aan
Decarbonisatie en strategieën voor decarbonisatie:Een uitgebreide gids voor bedrijfs- en regeringsleiders

Decarbonisatie en strategieën voor decarbonisatie:Een uitgebreide gids voor bedrijfs- en regeringsleiders

Voor leidinggevenden in het bedrijfsleven en bij de overheid is decarbonisatie een cruciale voorwaarde voor markttoegang en veerkracht op de lange termijn. Hoewel veel organisaties klimaatmaatregelen aanvankelijk zagen als een doel om hun reputatie te versterken, is dit inmiddels uitgegroeid tot een fundamenteel onderdeel van risicobeheer en operationele efficiëntie. Dit proces vereist dat de CO₂-uitstoot op elk niveau van de ecologische voetafdruk van een bedrijf wordt geëlimineerd, met inbegrip van energieverbruik en wereldwijde toeleveringsketens. 

Centraal in deze inspanningen staat het Akkoord van Parijs, waarin de deelnemende regeringen zich ertoe verbinden de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 °C en bij voorkeur tot 1,5 °C. Om de doelstelling van 1,5 °C te halen, moet de wereldwijde uitstoot tegen 2030 met 43% en tegen 2035 met 60% zijn gedaald – een doelstelling die alleen haalbaar is door snelle en structurele veranderingen in de manier waarop we onze wereld van energie voorzien, ons verplaatsen en bouwen.

In deze gids gaan we in op wat decarbonisatie inhoudt, waarom dit een prioriteit is geworden en hoe organisaties concrete maatregelen kunnen nemen. We bespreken belangrijke strategieën en kaders voor het bereiken van klimaatneutraliteit, evenals methoden voor risicobeheer in verschillende sectoren en waardeketens. Als u verantwoordelijk bent voor duurzaamheid, compliance of inkoop, helpt deze gids u bij het ontwikkelen van praktische en wetenschappelijk onderbouwde decarbonisatiestrategieën die verder gaan dan publieke toezeggingen en daadwerkelijk tot resultaten leiden.

 

Belangrijkste punten

  • Klimaatnoodsituatie: Om de doelstelling van 1,5 °C uit het Akkoord van Parijs te halen, moeten de wereldwijde emissies tegen 2030 met 43% en tegen 2035 met 60% dalen
  • Verplichte naleving: Kaders zoals de EU CSRD en California SB 253 schrijven gedetailleerde rapportage voor in alle toepassingsgebieden.
  • Directe reducties: De huidige normen geven voorrang aan absolute reducties aan de bron boven CO2-compensaties of -verwijderingen.
  • Scope 3-strategie: Om succes te boeken, moeten de sectorgemiddelden worden vervangen door gegevens van primaire leveranciers om de grootste impact van een bedrijf aan te pakken.
  • Operationele uitvoering: Ga verder dan beloften door CO2-statistieken rechtstreeks in inkoopworkflows te integreren met EcoVadis.

Wat is decarbonisatie?

Decarbonisatie houdt in dat de koolstofintensiteit van energieproductie, productie en dienstverlening wordt teruggedrongen. Het richt zich op de bronnen van broeikasgasemissies, voornamelijk de verbranding van fossiele brandstoffen, en vervangt deze door koolstofarme of koolstofvrije alternatieven. Het doel is een klimaatneutrale economie waarin de resterende emissies worden gecompenseerd door koolstofverwijdering, bijvoorbeeld door herbebossing of koolstofafvang.

Een CO₂-voetafdruk geeft de totale uitstoot van broeikasgassen weer die voortkomt uit een activiteit, een product of een organisatie. Deze uitstoot wordt onderverdeeld in scope 1 (directe uitstoot), scope 2 (indirecte uitstoot door ingekochte energie) en scope 3 (indirecte uitstoot via de waardeketen). Compensaties kunnen de resterende uitstoot opvangen, maar nemen niet de noodzaak weg om de uitstoot bij de bron te verminderen. Effectieve decarbonisatie betekent dat eerst de absolute uitstoot wordt verminderd en vervolgens wordt aangepakt wat nog niet kan worden geëlimineerd.

Waarom decarbonisatie nu belangrijk is

Als we nu niets ondernemen, leidt dat later tot hogere kosten en grotere verstoringen. Elk jaar dat we niets doen, verkleint de kans dat we de klimaatdoelstellingen halen, aangezien de fysieke risico’s steeds nijpender worden. Uit recent onderzoek toont aan dat 2023, 2024 en 2025 de warmste jaren ooit waren. Voor het eerst lag de gemiddelde mondiale temperatuur over deze periode van drie jaar meer dan 1,5 °C boven het pre-industriële niveau. Hoewel het overschrijden van de limiet van het Akkoord van Parijs vereist dat dit niveau over een gemiddelde van 20 jaar wordt overschreden, onderstrepen deze recordtemperaturen de urgentie van de transitie.

Van alle kanten neemt de druk toe om proactieve strategieën voor decarbonisatie te ontwikkelen. Investeerders willen geloofwaardige transitieplannen en emissiegegevens, terwijl toezichthouders verplichte openbaarmakingsregels en koolstofbeprijzing invoeren. Klanten verwachten koolstofarme producten en transparantie in de toeleveringsketen. Het voldoen aan deze verwachtingen wordt steeds meer een voorwaarde voor markttoegang, en geen extraatje meer.

Niets doen brengt dus een steeds groter risico met zich mee. Koolstofintensieve activa kunnen door regelgeving of marktverschuivingen in de weg komen te staan. Gebrekkige rapportage over de uitstoot kan leiden tot niet-naleving, boetes of rechtszaken. Reputatieschade kan ook gevolgen hebben voor de toegang tot kapitaal, de omzet en samenwerkingsverbanden.

Hoewel de meeste van ’s werelds grootste bedrijven het koolstofarm maken koppelen aan bedrijfswaarde, blijft er een cruciale kloof bestaan: meer dan 90% van de bedrijven heeft geen specifieke reductiedoelstellingen voor Scope 3-emissies in de toeleveringsketen. Dit is een enorme blinde vlek, aangezien de upstream Scope 3-emissies gemiddeld 21 keer hoger liggen dan de directe uitstoot van een bedrijf. Deze kloof tussen toezeggingen op hoog niveau en de uitvoering in de toeleveringsketen benadrukt de dringende behoefte aan meer gestructureerde, verantwoorde netto-nulstrategieën die prioriteit geven aan het betrekken van leveranciers.

 

Belangrijkste kaders en doelstellingen voor decarbonisatie

De inspanningen op het gebied van decarbonisatie zijn gebaseerd op een groeiend aantal internationale doelstellingen, emissienormen en rapportagevoorschriften. Deze kaders bieden houvast voor overheden en bedrijven bij het vaststellen van hun doelstellingen, het meten van emissies en het rapporteren van de voortgang. Samen vormen ze de structuur die nodig is om op grote schaal emissiereducties te realiseren.

Overeenkomst van Parijs en wereldwijde doelstellingen 

Het Akkoord van Parijs verplicht alle ondertekenende landen om nationaal vastgestelde bijdragen (NDC’s) in te dienen, waarin wordt uiteengezet hoe zij de uitstoot van broeikasgassen zullen terugdringen. Deze doelstellingen moeten aansluiten bij de overkoepelende doelstelling om de wereldwijde temperatuurstijging tot ruim onder de 2 °C te beperken en ernaar te streven onder de 1,5 °C te blijven. Om dit te bereiken zijn snelle en forse reducties in alle sectoren nodig, zodat de wereldwijde uitstoot rond 2050 netto nul bedraagt.

Deze doelstelling wordt versterkt door de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de VN, met name SDG 13: Klimaatactie. Decarbonisatie staat centraal bij het bereiken van deze en andere onderling verbonden doelen, waaronder duurzame energie, veerkrachtige infrastructuur en verantwoorde productie.

Het GHG-protocol 

Een diagram met de titel "Emissiescope van het bedrijf", met vier in elkaar geneste cirkels die in omvang toenemen om de omvang van de emissies weer te geven. De middelste cirkel staat voor het bedrijf (de centrale entiteit die verantwoordelijk is voor de emissies). Scope 1 staat voor directe emissies als gevolg van de bedrijfsactiviteiten. Scope 2 staat voor indirecte emissies als gevolg van ingekochte energie. De grootste buitenste cirkel, Scope 3, staat voor emissies in de waardeketen.

 

Het Greenhouse Gas (GHG)-protocol is de wereldwijde standaard voor het meten en beheren van emissies. Emissies worden hierbij opgedeeld in drie scopes:

 

  • Scope 1: Directe emissies uit eigen of gecontroleerde bronnen (bijv. bedrijfsvoertuigen, brandstofverbranding op locatie).
  • Scope 2: Indirecte emissies afkomstig van ingekochte elektriciteit, stoom, verwarming of koeling.
  • Scope 3: Alle overige indirecte emissies in de waardeketen, inclusief toeleveranciers en het gebruik van producten door eindgebruikers.

Infographic met de titel "Emissiereductie in de waardeketen", waarin een lineair proces in drie stappen wordt weergegeven met groene lijnen en pictogrammen. Stap 1: Reductie in de toeleveringsketen (optimalisatie van leveranciers en transport, aangegeven met een vrachtwagenpictogram). Stap 2: Bedrijfsoptimalisatie (verbetering van bedrijfsvoering en productie, aangegeven met een tandwiel- en trendpictogram). Stap 3: Reductie in de afzetketen (minimaliseren van distributie en afvalverwerking, aangegeven met een recyclingpictogram).

Scope 3 is vaak verantwoordelijk voor het grootste deel van de voetafdruk van een bedrijf. Van de meeste grote bedrijven wordt nu verwacht dat ze over alle drie de scopes rapporteren, vooral in het kader van nieuwe regelgeving en toezicht van investeerders.

Op wetenschap gebaseerde doelstellingen

Het Science Based Targets-initiatief (SBTi) helpt bedrijven bij het vaststellen van emissiereductiedoelstellingen die aansluiten bij de klimaatwetenschap en de 1,5 °C-grens. Meer dan 3.000 bedrijven maken gebruik van het initiatief om hun doelstellingen te valideren en best practices vast te stellen voor het rapporteren van netto-nuluitstoot. De organisatie biedt de technische begeleiding en onafhankelijke beoordelingen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat bedrijfsdoelstellingen geloofwaardig en transparant zijn.

De bijgewerkte normen voor 2026 leggen meer nadruk op directe emissiereducties aan de bron dan op neutralisatie of compensatie. Terwijl eerdere kaders meer flexibiliteit op korte termijn boden, verplichten de huidige richtlijnen bedrijven om voorrang te geven aan absolute reducties in alle scopes. Volgens deze regels is koolstofverwijdering voornamelijk voorbehouden aan restemissies die pas overblijven nadat een organisatie haar reductiedoelstellingen voor de lange termijn heeft bereikt.

Frameworks voor rapportage en naleving

Rapportagestandaarden en regelgevingskaders bepalen hoe bedrijven informatie verstrekken over hun uitstoot, klimaatrisico’s en de voortgang op het gebied van decarbonisatie. Veel van deze kaders zijn inmiddels op de een of andere manier van toepassing op bedrijven in vrijwel alle regio’s, sectoren en toeleveringsketens.

  • EU-richtlijn inzake duurzaamheidsverslaglegging door ondernemingen (CSRD): De CSRD verplicht bedrijven die actief zijn in de EU om gedetailleerde klimaat- en ESG-gegevens te rapporteren in overeenstemming met de Europese normen voor duurzaamheidsverslaglegging (ESRS). In het kader van de recente Omnibus I-richtlijn inzake duurzaamheidheeft de EU de rapportagedrempel aangepast om zich te richten op organisaties met meer dan 1.000 werknemers en een netto-omzet van 450 miljoen euro. Deze verschuiving verhoogt de druk op grote ondernemingen om hoogwaardige gegevens uit hun wereldwijde toeleveringsketens te verkrijgen.
  • California SB-253: Deze wet verplicht bedrijven met een omzet van meer dan 1 miljard dollar die actief zijn in Californië om hun broeikasgasemissies openbaar te maken volgens de methoden van het GHG Protocol. De rapportage van scope 1- en scope 2-emissies is verplicht vanaf 2026, terwijl de rapportagevereisten voor scope 3 in 2027 van kracht worden. Emissies in de toeleveringsketen vallen hieronder, waardoor betrouwbare upstream-gegevens een belangrijke nalevingsvereiste zijn.
  • Koolstofgrensaanpassingsmechanisme (CBAM): Het CBAM van de EU leidt tot CO₂-kosten voor geïmporteerde goederen op basis van de daarin verwerkte uitstoot. Importeurs moeten CO₂-gegevens op productniveau bijhouden en rapporteren. Importeurs moeten CO₂-gegevens op productniveau rapporteren en vanaf 2026 CBAM-certificaten inleveren.
  • SEC-regel inzake klimaatrapportage: De regel van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) zou beursgenoteerde bedrijven verplichten om informatie over emissies en klimaatrisico's openbaar te maken. Hoewel de SEC haar juridische verdediging van de regel in 2025 heeft beëindigd en de implementatie momenteel is opgeschort, blijft het kader aansluiten bij de bredere verwachtingen van de markt en beleggers.
  • IFRS S1 & S2 (voorheen TCFD): De IFRS S1- en S2-standaarden van de International Sustainability Standards Board (ISSB) hebben de TCFD officieel vervangen, waarbij de IFRS Foundation de toezichthoudende taken heeft overgenomen. Deze standaarden bieden een wereldwijde basis voor de rapportage over klimaatrisico's, governance, strategie en maatstaven. Vanaf 2026 hebben meer dan 40 rechtsgebieden deze standaarden in hun nationale regelgevingskaders geïntegreerd, waardoor afstemming op de ISSB de primaire focus is geworden voor wereldwijde duurzaamheidsrapportage.

Strategieën voor decarbonisatie van bedrijven

Organisaties spelen een centrale rol bij het verminderen van emissies. Strategieën voor het koolstofvrij maken van bedrijven omvatten doelstellingen, activiteiten, productontwerp, bestuur en waardeketens. Effectieve actie is afhankelijk van het combineren van duidelijke doelen met operationele veranderingen en besluitvormingsstructuren die duurzame vooruitgang ondersteunen.

Doelstelling en strategie

Een duidelijke, op wetenschappelijke inzichten gebaseerde doelstelling vormt de basis voor de decarbonisatie van bedrijven. Netto nul in 2050, met tussentijdse doelstellingen voor 2030, is de gangbare maatstaf. Tussentijdse doelstellingen maken het mogelijk de voortgang op korte termijn te volgen en zorgen voor meer verantwoordingsplicht binnen een organisatie.

Slechts 4% van de bedrijven heeft momenteel een wetenschappelijk onderbouwde Scope 3-doelstelling, en slechts 3% ligt op koers om een dergelijke doelstelling te halen. Hoewel veel organisaties deelnemen aan branche-netwerken, blijft echte samenwerking een hindernis: slechts 1 op de 3 bedrijven betrekt zijn leveranciers actief bij klimaatactie, en slechts 4% is verder gegaan dan communicatie en is overgegaan tot diepgaande partnerschappen voor emissiereductie. Het vaststellen van geloofwaardige, tijdgebonden doelstellingen via kaders zoals het SBTi is essentieel om de stap te zetten van bewustwording op hoog niveau naar meetbare vooruitgang.

 

Energie en bedrijfsvoering 

Infographic met de titel "Strategische emissiereductie", met een halve cirkel waarin vier kernstrategieën voor decarbonisatie worden weergegeven: 1. Energie-efficiëntie (vermindering van het verbruik in gebouwen en apparatuur), 2. Hernieuwbare energie (overstap naar zonne- en windenergie), 3. Elektrificatie (vervanging van systemen op fossiele brandstoffen door elektrische systemen) en 4. Producten en innovatie (ontwikkeling van koolstofarme materialen).

Operationele emissiereducties zijn vaak het meest directe en kosteneffectieve startpunt. Veel voorkomende strategieën zijn onder meer:

  • Energie-efficiëntie: Verbeteringen aan verlichting, HVAC, apparatuur en besturingssystemen in gebouwen en fabrieken.
  • Hernieuwbare energie: Installatie van zonne- of windenergie, of de aankoop van gecertificeerde groene stroom via PPA's of inkoop die aansluit bij RE100.
  • Elektrificatie: Het vervangen van voertuigen, verwarming en apparatuur op fossiele brandstoffen door elektrische alternatieven, met name in gebieden waar het elektriciteitsnet koolstofarm wordt.
  • Procesinnovatie: Producten herontwerpen om gebruik te maken van koolstofarme technologieën, zoals elektrische ovens, groene waterstof of terugwinning van restwarmte.

Product en innovatie

Decarbonisatie heeft betrekking op wat bedrijven verkopen, niet alleen op hoe ze werken. Door producten opnieuw te ontwerpen zodat er gebruik wordt gemaakt van gerecyclede of milieuvriendelijkere materialen, de levensduur te verlengen en afval tot een minimum te beperken, wordt een circulaire aanpak ondersteund die de uitstoot in de hele waardeketen vermindert.

Door koolstofarme producten te ontwikkelen die bij de productie en het gebruik minder energie of grondstoffen vergen, kunnen de scope 3-emissies aanzienlijk worden teruggedrongen. In sommige gevallen kan de overstap van fysieke goederen naar digitale alternatieven voor nog meer reducties zorgen.

Een opmerking over CO₂-compensatie: Sommige emissies zijn momenteel moeilijk te elimineren. Hierbij kan hoogwaardige koolstofverwijdering een rol spelen via op de natuur gebaseerde oplossingen, zoals herbebossing, en technische methoden, zoals directe luchtopvang. Compensaties moeten aan strenge normen voldoen en mogen alleen worden gebruikt nadat alle praktische reducties zijn doorgevoerd. Langetermijnstrategieën moeten de afhankelijkheid van compensaties beperken en prioriteit geven aan structurele decarbonisatie.

Overheids- en beleidsgestuurde strategieën voor het koolstofarm maken van de economie

Overheidsbeleid is een belangrijke drijvende kracht achter de decarbonisatie. Overheden stellen doelen vast, reguleren emissies, hervormen markten en wijzen financiële middelen toe om de transitie te ondersteunen. Hun maatregelen hebben directe gevolgen voor bedrijven in de vorm van nalevingsverplichtingen, rapportagevereisten en nieuwe marktdynamiek.

Nationale routekaarten voor het koolstofarm maken van de economie

De meeste grote economieën hebben nationale net-zero-doelen gesteld. De EU, het VK, Canada en Japan streven ernaar het doel in 2050 te bereiken. China heeft streeft ernaar om tegen 2060 koolstofneutraal te zijn, en India tegen 2070. Het behalen van deze doelen wordt vaak ondersteund door tussentijdse koolstofbudgetten op te zetten, sectorale routekaarten op te stellen en mijlpalen voor decarbonisatie te bepalen in de loop van de tijd.

In 2025 en begin 2026 hebben veel landen bijgewerkte nationaal vastgestelde bijdragen (NDC’s) ingediend, waarin nog ambitieuzere doelstellingen voor 2035 zijn vastgelegd. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk toegezegd de uitstoot tegen 2035 met 81% ten opzichte van het niveau van 1990 tegen 2035, terwijl de EU zich richt op een reductiedoelstelling van 90% te streven tegen 2040. Deze routekaarten beïnvloeden het energiebeleid, de industriële ontwikkeling, de vervoersplanning en het fiscale beleid. Overheden gebruiken deze kaders om emissieverantwoordelijkheden toe te wijzen, overheidsinvesteringen te sturen en verwachtingen te scheppen voor bijdragen van de particuliere sector.

Koolstofprijzen en markten

Met koolstofprijzen worden de kosten van emissies geïnternaliseerd en wordt een financiële prikkel gecreëerd om ze te verminderen. Er zijn twee hoofdtypen:

 

  • Emissiehandelssystemen (ETS) beperken de totale uitstoot en maken de handel in emissierechten mogelijk. Het EU-ETS omvat meer dan 10.000 installaties en wordt uitgebreid naar de scheepvaart en het wegvervoer. Andere regio's met ETS-systemen zijn onder meer het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Korea en delen van China.
  • Koolstofbelastingen stellen een vaste prijs vast per ton uitgestoten CO2. Ten minste 35 landen hebben koolstofbelastingprogramma's ingevoerd, waaronder Zweden, Chili en Canada.

Ook overheden maken gebruik van stimuleringsmaatregelen om investeringen in schone energie te versnellen, hoewel het landschap voor deze steunmaatregelen aan het veranderen is. In de VS heeft de One Big Beautiful Bill Act (OBBBA) van 2025 veel belastingvoordelen die oorspronkelijk waren ingevoerd door de Inflation Reduction Act aanzienlijk gewijzigd. Aangezien federale stimuleringsmaatregelen fluctueren, moeten bedrijven hun weg vinden tussen voorschriften op staatsniveau en internationale mechanismen. Vanaf 2026 verplicht de CBAM van de EU importeurs om certificaten in te leveren voor ingebedde emissies, waardoor koolstofintensiteit een directe financiële verplichting wordt.

Hernieuwbare energie en het koolstofvrij maken van het net 

Veel landen schrijven tegenwoordig een minimumaandeel hernieuwbare energie in de nationale elektriciteitsmix voor. Tot de instrumenten behoren onder meer hernieuwbare-energieverplichtingen (RPS), terugleververgoedingen, veilingen voor zonne- en windenergie, en certificaten voor schone energie. Ook het afbouwen van steenkool en het beperken van subsidies voor fossiele brandstoffen zijn belangrijke onderdelen.

Sommige overheden investeren rechtstreeks in de netinfrastructuur om hernieuwbare energie te ondersteunen door het uitbreiden van transmissielijnen, het bouwen van energieopslagfaciliteiten en het integreren van slimme netwerktechnologieën. Deze inspanningen zijn erop gericht de intermitterende aard van hernieuwbare energie aan te pakken, de flexibiliteit van het systeem te verbeteren en koolstofvrije elektriciteit beschikbaar te maken voor bedrijven. Zonder een koolstofvrij elektriciteitsnet is volledige elektrificatie van het vervoer en de industrie niet mogelijk.

Betrokkenheid in de toeleveringsketen voor decarbonisatie

De meeste uitstoot vindt plaats buiten de directe bedrijfsactiviteiten van een onderneming. Volgens EcoVadis en BCGkunnen upstream scope 3-emissies meer dan 21 keer zo groot zijn als scope 1 en 2 samen. Om deze emissies te verminderen is actieve betrokkenheid van leveranciers nodig.

Toonaangevende bedrijven nemen hun verantwoordelijkheid door klimaatcriteria in hun inkoopbeleid te integreren. Zo eisen ze van leveranciers dat ze hun uitstootcijfers openbaar maken, wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen hanteren of hun producten laten certificeren met milieukeurmerken. Deze maatregelen verleggen de druk om de CO₂-uitstoot terug te dringen naar de toeleveringsketen en zorgen ervoor dat uitstootgegevens beschikbaar komen waar dat het meest van belang is.

  • Maak gebruik van gespecialiseerde platforms: Met tools zoals EcoVadis en CDP en initiatieven zoals het Partnership for Carbon Transparency (PACT) kunnen bedrijven gegevens van leveranciers verzamelen, beoordelen en standaardiseren.
  • Geef prioriteit aan samenwerking met leveranciers: Veel kleine en middelgrote leveranciers beschikken niet over de middelen om zelfstandig koolstofarm te worden. Bedrijven kunnen de vooruitgang van leveranciers ondersteunen door tools te delen, trainingen aan te bieden en samen verbeterplannen te ontwikkelen.
  • Creëer commerciële prikkels: Inkoopteams kunnen decarbonisatie koppelen aan commerciële beslissingen door opdrachten te gunnen aan koolstofarme leveranciers, de prestaties op het gebied van emissies mee te wegen in offerteaanvragen en minimale drempels voor koolstofbeheer vast te stellen voor de status van voorkeursleverancier.

Ondanks deze mogelijkheden blijft de acceptatie beperkt. Volgens het CDP heeft minder dan 15% van de bedrijven doelstellingen vastgesteld die ook de uitstoot van toeleveranciers omvatten. De kwaliteit en volledigheid van de gegevens blijven een uitdaging, met name in wereldwijde, meerlagige toeleveringsketens.

Meting, rapportage en hulpmiddelen voor decarbonisatie

Betrouwbare gegevens vormen de basis van elke effectieve strategie voor decarbonisatie. Door emissies nauwkeurig te meten, consistent te rapporteren en de juiste instrumenten te gebruiken, kunnen bedrijven hun voortgang bijhouden, aan hun wettelijke verplichtingen voldoen en weloverwogen investeringsbeslissingen nemen. Dit is met name van belang voor scope 3, waar de integratie van gegevens en rapportages van leveranciers van essentieel belang is.

Emissieboekhouding

Begin met een volledige CO₂-inventarisatie die Scope 1-, Scope 2- en relevante Scope 3-emissies omvat. Gebruik de normen van het GHG Protocol en ISO 14064 om consistentie en vergelijkbaarheid te waarborgen. Pas wetenschappelijk onderbouwde methoden toe en maak waar mogelijk gebruik van regiospecifieke emissiefactoren. Dit vormt een betrouwbare basis voor interne doelstellingen, externe rapportage en naleving van de regelgeving.

Kaders voor rapportage

Organisaties moeten zich houden aan zowel de verplichte als de vrijwillige openbaarmakingsvereisten:

  • Verplicht: CSRD en de Californische wetten SB 253 en SB 261 vereisen rapportages op basis van het GHG Protocol. Deze kaders schrijven vaak rapportages voor over doelstellingen, transitieplannen en emissies in de toeleveringsketen.
  • Vrijwillig: CDP, GRI en ISSB bieden veelgebruikte rapportagestructuren. Veel organisaties maken hier gebruik van om te voldoen aan de verwachtingen van beleggers, klanten of interne afdelingen, zelfs als dit niet wettelijk verplicht is.

Analyse, verificatie en waarborging 

Visualisatietools helpen organisaties om emissiegegevens te interpreteren en daarop in te spelen. Dashboards geven de voortgang ten opzichte van de doelstellingen weer, vergelijken de prestaties tussen afdelingen of leveranciers en wijzen op onderpresterende gebieden. Via de Carbon Action Managerbiedt EcoVadis CO2-ratings en managementtools waarmee teams prioriteiten kunnen stellen en hun prestaties kunnen vergelijken met die van branchegenoten. Deze oplossingen stellen bedrijven in staat om op grote schaal CO2-gegevens op te vragen bij duizenden leveranciers, waardoor de focus verschuift van eenvoudige risicobeoordeling naar gezamenlijke prestatieverbetering.

Omdat deze platforms rapportagegegevens centraliseren, maken ze de weg naar verificatie door derden eenvoudiger. Deze onafhankelijke controle zorgt voor meer geloofwaardigheid en vermindert de risico’s bij openbaarmakingen aan toezichthouders en beleggers. CDP, CSRD en andere kaders stellen steeds vaker eisen aan de controle van emissiegegevens. Interne audits, verificatiefuncties van platforms en externe controle-instanties helpen bij het valideren van beweringen en vergroten het vertrouwen van belanghebbenden.

Uitdagingen en risico’s bij de implementatie van decarbonisatie 

Infographic met de titel "Belemmeringen voor decarbonisatie-inspanningen", met vijf groene verkeersborden die belemmeringen weergeven: 1. Tekortkomingen in gegevens en metingen (onnauwkeurige emissiemetingen), 2. Financiële beperkingen (hoge investeringen, onzekere ROI), 3. Technologische belemmeringen (technologieën nog niet volledig ontwikkeld), 4. Complexiteit van de toeleveringsketen (moeilijke tracking en coördinatie) en 5. Onzekerheid over regelgeving (planning is een uitdaging).

Het uitvoeren van een strategie voor decarbonisatie vereist aanzienlijke investeringen, afstemming tussen verschillende afdelingen en uitgebreide coördinatie binnen wereldwijde toeleveringsketens. De voortgang kan worden vertraagd door beperkte gegevens, kostenbarrières en externe onzekerheden. Door deze risico’s te onderkennen, kunnen bedrijven realistische plannen maken en hun steun richten op de gebieden waar die het hardst nodig is.

  • Lacunes in gegevens en metingen: Het nauwkeurig meten van emissies is een voortdurende uitdaging, vooral voor scope 3- en productgerelateerde voetafdrukken. Veel leveranciers beschikken niet over systemen om emissies bij te houden of te rapporteren. Inconsistenties in de gegevens, het vertrouwen op gemiddelden en lacunes in de dekking verminderen het vertrouwen in de gerapporteerde cijfers en verzwakken het vaststellen van doelstellingen.
  • Financiële en materiële beperkingen: De initiële investering in decarbonisatietechnologieën, -systemen of -opleidingen kan hoog zijn. Budgettaire beperkingen en onzekere terugverdientijden kunnen maatregelen vertragen. Kleinere bedrijven beschikken mogelijk niet over interne middelen of toegang tot betaalbare financiering om de noodzakelijke veranderingen te bekostigen.
  • Technologische belemmeringen: In sommige sectoren met hoge emissies zijn volwassen koolstofarme technologieën nog steeds beperkt. Het koolstofarm maken van proceswarmte, zwaar transport of materiaalgebruik hangt vaak af van innovatie in de beginfase. Beperkingen op het gebied van kosten, beschikbaarheid en infrastructuur vertragen de implementatie.
  • De complexiteit van de toeleveringsketen: Grote, meerlagige toeleveringsketens bemoeilijken het bijhouden van emissies en het betrekken van alle partijen. Emissies liggen vaak bij leveranciers die meerdere lagen verderop zitten, waarvan velen kmo's zijn met beperkte capaciteiten. Versnipperde systemen en inconsistente verwachtingen belemmeren de coördinatie en de vooruitgang.
  • Onzekerheid op het gebied van regelgeving: Klimaatgerelateerde regelgeving is in ontwikkeling. Bedrijven worden geconfronteerd met onzekerheid over toekomstige verplichtingen, regionale verschillen en het tijdstip van handhaving. Vertragingen of wijzigingen in beleid of koolstofbeprijzing kunnen van invloed zijn op de langetermijnplanning.

Uitdagingen op het gebied van decarbonisatie omzetten in actie 

Ondanks het groeiende momentum worden veel organisaties nog steeds geconfronteerd met ernstige belemmeringen voor effectieve decarbonisatie. Onvolledige emissiegegevens, hiaten in de betrokkenheid van leveranciers en toenemende nalevingsvereisten kunnen de vooruitgang vertragen, zelfs wanneer de betrokkenheid van het leiderschap groot is.

Om verder te gaan dan louter intenties en meetbare resultaten te boeken, hebben bedrijven een manier nodig om CO₂-reductie in hun hele waardeketen te implementeren, ondersteund door betrouwbare inzichten en schaalbare systemen. Door samen te werken met een gespecialiseerd platform kunnen organisaties de kloof overbruggen tussen ambitieuze klimaatdoelstellingen en inkoopbeslissingen die daadwerkelijk effect sorteren.

EcoVadis: Een vertrouwde partner voor het versnellen van decarbonisatie

EcoVadis biedt de infrastructuur en informatie die organisaties nodig hebben om hun ambities op het gebied van decarbonisatie om te zetten in concrete resultaten binnen de toeleveringsketen. Van het valideren van wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen en het voorbereiden van verplichte openbaarmakingen tot het vaststellen van de uitgangswaarde van de CO₂-voetafdruk: het platform levert de gedetailleerde gegevens en deskundige ondersteuning die nodig zijn om met vertrouwen het voortouw te nemen. Door CO₂-beoordelingen en verbeteringsinstrumenten rechtstreeks in het inkoopproces te integreren, kunnen leidinggevenden risico’s effectiever beheersen en structurele emissiereducties realiseren in hun gehele wereldwijde activiteiten.

Sluit u aan bij meer dan 150.000 bedrijven die via EcoVadis al hun klimaatimpact verbeteren. Neem vandaag nog contact met ons op om te zien hoe onze Carbon Action Manager u kan helpen uw duurzaamheidsstrategie om te zetten in meetbare resultaten.

 

Veelgestelde vragen 

V: Wat is het verschil tussen decarbonisatie en netto-nulstrategieën?

A: Decarbonisatie is het proces waarbij de uitstoot van broeikasgassen door de bedrijfsactiviteiten en de waardeketen van een onderneming wordt verminderd of volledig wordt geëlimineerd. Het richt zich op structurele veranderingen, zoals de overstap naar hernieuwbare energie, de elektrificatie van wagenparken of het herontwerpen van productieprocessen om deze minder koolstofintensief te maken.

'Netto nul' is een bredere doelstelling waarbij eventuele resterende emissies die niet kunnen worden geëlimineerd, worden gecompenseerd door een gelijkwaardige hoeveelheid koolstofverwijdering. Terwijl bij decarbonisatie de nadruk ligt op het terugdringen van emissies bij de bron, maakt een 'netto nul'-strategie gebruik van deze verwijderingen om klimaatneutraliteit te bereiken. 

V: Wat zijn de verplichte rapportagevereisten op het gebied van klimaat voor bedrijven in 2026?
A: De rapportagevereisten voor 2026 omvatten twee belangrijke verplichtingen voor bedrijven met aanzienlijke activiteiten in de VS of de EU:

  • California SB 253: Bedrijven die actief zijn in Californië en een jaaromzet van meer dan 1 miljard dollar hebben, moeten uiterlijk op 10 augustus 2026 hun scope 1- en scope 2-emissies openbaar maken.
  • EU-richtlijn inzake duurzaamheidsverslaglegging (CSRD): Grote ondernemingen en beursgenoteerde kmo's moeten uitgebreide duurzaamheidsgegevens rapporteren volgens de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Dit omvat gedetailleerde transitieplannen en dubbele materialiteitsbeoordelingen.

V: Hoe kan een bedrijf zijn Scope 3-emissies meten en verminderen?

A: Om Scope 3-emissies te meten, moeten primaire gegevens rechtstreeks bij leveranciers worden verzameld, in plaats van te vertrouwen op secundaire gegevens zoals branchegemiddelden en schattingen. Een effectieve aanpak voor het verzamelen van primaire gegevens over uw directe emissies omvat:

  1. De waardeketen in kaart brengen: Identificeer de categorieën met de grootste CO2-impact, zoals ingekochte goederen of transport.
  2. Betrokkenheid van leveranciers: Gebruik platforms zoals EcoVadis om specifieke CO2-gegevens en emissiedoelstellingen op te vragen bij leveranciers met een grote impact.
  3. Standaardisering van gegevens: Pas de GHG Protocol Corporate Value Chain Standard toe om consistentie te waarborgen in de verschillende schakels van de toeleveringsketen. 

Er kan een vermindering worden gerealiseerd door minimumnormen voor de CO₂-prestaties vast te stellen bij aanbestedingen en door samen te werken met leveranciers om de energie-efficiëntie te verbeteren.

V: Welke instrumenten zijn er beschikbaar om de CO₂-voetafdruk in een wereldwijde toeleveringsketen te meten?

A: Bedrijven maken gebruik van een combinatie van ERP-software (Enterprise Resource Planning) en gespecialiseerde duurzaamheidsplatforms om hun CO₂-voetafdruk bij te houden.

  • Platforms voor koolstofbeheer: EcoVadis biedt CO2-beoordelingen en de Carbon Action Manager-tool om de prestaties van leveranciers te volgen en te verbeteren.
  • Initiatieven op het gebied van gegevensuitwisseling: Het Partnership for Carbon Transparency (PACT) biedt kaders voor het delen van CO2-voetafdrukken op productniveau tussen verschillende softwaresystemen.
  • Databanken met emissiefactoren: Hulpmiddelen die regionale en sectorspecifieke gegevens bieden om hiaten op te vullen wanneer primaire gegevens van leveranciers niet beschikbaar zijn.